Hoofdstuk 8

Investeringen en subsidies

8.1 Tijdsinvestering

Hieronder een schatting van de tijdsinvestering per student. Er zijn verschillende vormen van stage, dus de uiteindelijke tijdsbesteding is afhankelijk van de opleiding en bijbehorende stage:

8.2 BOL

Hier zijn geen subsidie mogelijkheden m.u.v. entree-onderwijs Rotterdam postcodegebied Zuid (EFRO)

8.3 BBL

De subsidie wordt uitgevoerd door RVO en is voor erkende leerbedrijven (via SBB). De subsidie dient als een tegemoetkoming voor de kosten die een leerbedrijf maakt voor de begeleiding van een leerling/student. Ook is dit een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio).

Doelgroep

  • VMBO basis 3e/4e jaar
  • Voortgezet onderwijs (VSO)
  • Praktijkonderwijs (PRO)
  • Entree onderwijs (BBL)
  • MBO – BBL
  • HBO duaal/deeltijd, associate degree of HBO Master
  • Promovendi/Toio’s

Administratieve verantwoording:

Het leerbedrijf dient gedurende het schooljaar een goede administratie/onderbouwing van de praktijkvorming in te richten en bij te houden. Vanuit RVO zijn er een aantal basisregels, echter per opleidingscategorie zijn er wel verschillen. De volgende zaken moeten opgenomen te zijn in de administratie ter onderbouwing van de subsidie aanvraag:

  • Een geldige en complete praktijkovereenkomst (POK)/stage-overeenkomst.
  • Wijzigingsformulier wanneer er een wijziging op de overeenkomst plaats vindt. Bijvoorbeeld aanpassing van het totaal aantal uren, verlengen van de einddatum of wisselen van leerweg/niveau. De leerling/student moet wel de bpv blijven volgen bij hetzelfde leerbedrijf en bij dezelfde onderwijsinstelling.
  • Nieuwe (praktijk)overeenkomst opstellen (bijvoorbeeld wanneer een leerling/student in een leerbedrijf bpv gaat volgen voor twee verschillende opleidingen.
  • Er dient een aanwezigheidsadministratie bijgehouden te worden. De aanwezigheid van een leerling/student wordt aannemelijk gemaakt met als doel de beroepspraktijkvormingsuren (bpv-uren) aan te tonen. Dit kan door een overzicht uit het digitaal tijdschrijfsysteem, presentatielijst of geldig arbeidscontract tezamen met een verzuim-/verlofregistratie.
  • De aanwezigheid van een begeleidingsadministratie is een belangrijke voorwaarde. Deze administratie dient aan te tonen dat de leerling/student begeleiding heeft gehad in de weken waarvoor subsidie is aangevraagd. De voortgang van een begeleiding met betrekking tot een opleiding kan door middel van behaalde leerdoelen of kwalificaties worden aangetoond met behulp van - bijvoorbeeld - een (bpv) werkboek of tussentijdse gespreks-, beoordelings- en evaluatieverslagen.
  • Het behaalde diploma dient tevens als bewijsstuk in het dossier en zal bij de leerling/student opgevraagd moeten worden.
  • Het is mogelijk dat een opleiding eerder dan de einddatum van de praktijkovereenkomst wordt beëindigd zonder dat een diploma wordt behaald. In het geval van een beëindiging van de opleiding zonder het behalen van een diploma, dient er een bevestiging van de beëindiging opgenomen te worden in het dossier.

De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor de opstelling van het onderwijsprogramma en het aantonen dat de leerling/student aanwezig is geweest bij de begeleide onderwijsuren die verzorgd worden.

Subsidieaanvraag

De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken waarin de leerling/student begeleiding kreeg in het studiejaar of het aantal maanden dat deze een onderzoek deed. De maximale subsidieperiode verschilt per doelgroep:

  • Vmbo en MBO: 40 weken per schooljaar
  • HBO: 42 weken per schooljaar
  • Promovendi en Toio’s: 12 maanden

Jaarlijks kan er maximaal €2.700,- per praktijkplaats per schooljaar worden ontvangen. De aanvraag kan jaarlijks in de periode van 2 juni t/m 16 september ingediend worden. Het is dus belangrijk dat er voor de BBL leerling een dossier wordt bijgehouden, zoals benoemd in administratieve verantwoording.

Op onderstaande websites kun je verdere achtergrondinformatie vinden.