Gezond en veilig werken

Bij Cordaan Thuisdiensten vinden wij het belangrijk dat je veilig en gezond kan werken. Wij doen ons best om er voor te zorgen dat jij ’s avonds weer heel en veilig thuis kan komen, maar daar heb jij ook een groot aandeel in. Het is voor jou dan ook van belang om je bewust te zijn van de risico’s van je beroep en de maatregelen die je kunt nemen.

Werkhouding

Als thuishulp voer je dagelijks vele handelingen uit die je spieren en gewrichten kunnen belasten. Met een goede werkhouding, juist gebruik van je spieren en hulpmiddelen voorkom je overbelasting van je lichaam. Hiermee kun je bijvoorbeeld rug- en nekklachten voorkomen. Wees je daarom bewust van je werkhouding en denk aan de volgende richtlijnen:

  • Houd je rug en/of nek recht tot licht gebogen;
  • Ontspan je schouders;
  • Houd je pols in middenstand;
  • Werk met licht gestrekte knieën;
  • Werk tussen heup- en schouderhoogte; vermijd (langdurig)werken boven schouderhoogte;
  • Werk dicht bij je lichaam en beperk grote reikafstanden;
  • Voorkom een gedraaide (of gebogen) houding;
  • Beperk hurken, bukken en knielen;
  • Draai door je voeten te verplaatsen i.p.v. je romp;
  • Wissel taken af; varieer in houding en bewegingen;
  • Neem indien nodig korte pauzes om je spieren te ontspannen;
  • Maximaal tilgewicht: 12,5kg.

Meer tips voor een goede werkhouding vind je hier.

Werkmaterialen

De klant is verantwoordelijk voor goede werkmaterialen en deze liggen bij de klant thuis. Bij werkzaamheden met besmettingsgevaar van bijvoorbeeld virussen, zoals verschonen van het bed en schoonmaken van het toilet, draag je wegwerphandschoenen. Ook deze dient de klant in huis te hebben. Wanneer de juiste materialen en middelen niet aanwezig zijn, kunnen bepaalde werkzaamheden niet worden uitgevoerd. Dit bespreek je eerst met de klant en daarna met jouw coördinator. De klant moet vóór je volgende bezoek de materialen aanschaffen en/of de werkomgeving aanpassen. Dit vul je in op de bestellijst. Ook noteer je het op het notitieformulier in de klantenmap, waar je de gemaakte afspraken erbij zet. Houdt de klant zich niet aan de afspraak? Dan stel je de ‘afgesproken datum aanschaf’ bij.

Werken met een huishoudtrap

Als je werkzaamheden moet uitvoeren die boven je hoofd plaatsvinden gebruik je een huishoudtrap. Klim niet op voorwerpen die daar niet voor bestemd zijn, zoals stoelen, krukken of tafels. Veilig werken met de huishoudtrap begint met controle. Vóór ieder gebruik moet je de trap controleren op beschadigingen en compleetheid. Wanneer een trap niet in de juiste staat verkeert, bespreek je dit met de klant en geef je aan dat deze gerepareerd of vervangen dient te worden.

Voorkom inklappen. Controleer voordat je de trap beklimt of het platform volledig is uitgeklapt. Pas dan is de spreidstand geborgd.

Er is maar één kant te beklimmen. Sta niet op het achterrek en gebruik de trap op de juiste manier.

Nooit ingeklapt gebruiken. De trap kan wegglijden op het moment dat deze ingeklapt wordt gebruikt.

Reik nooit te ver opzij. Haal geen acrobatische toeren uit. Houd altijd beide voeten op de trap. Sta niet op vensterbanken, tafels en dergelijke. Het is beter de trap één keer meer te verplaatsen, dan acrobatische toeren uit te halen.

Zorg dat de trap op een vlakke ondergrond wordt geplaatst. Plaats de trap nooit op een verhoging (tafel, kist, enzovoorts).

Sta niet op de beugel. De maximale hoogte is het bovenste platform.

Zet de trap op een stevige ondergrond. Zorg dat de trap niet kan wegzakken in de ondergrond.

Een vuile trap is levensgevaarlijk. Controleer of het platform en de treden schoon en droog zijn.

Schoonmaken van elektrische apparaten

Als thuishulp maak je vaak schoon in ruimtes waar elektrische apparatuur aanwezig is. Aandachtspunten om veilig te werken met elektrische apparaten zijn:

  • Niet vochtig afnemen; werk alleen met een droge doek.
  • Plaats op een stevige ondergrond, niet op de rand van een tafel of strijkplank.
  • Trek na gebruik de stekker uit het stopcontact.
  • Om snoerbreuk te voorkomen:
  • Trek de stekker niet aan het snoer uit het stopcontact;
  • Knoop het snoer niet aan de draagbeugel vast;
  • Rol het snoer altijd op na gebruik.
  • Het stoffilter (indien verstopt en/of vuil) uitzuigen, niet wassen! Controleer het stoffilter bij het vernieuwen van de stofzuigerzak.
  • Behandel de zuigslang voorzichtig; niet knikken of beschadigen. Dit voorkomt een verstopte slang.
  • Bedien de borstelstand op het mondstuk niet met de voet, maar altijd met de hand.

Wassen

Wanneer je de was van de klant verzorgt, is het belangrijk te weten wat de verschillende was symbolen op het wasgoed betekenen. De meest voorkomende symbolen zijn:

Bij het werken met een wasdroger moeten alle filters bij ieder gebruik gereinigd worden in verband met brandgevaar. Hou in de gaten dat je binnen je werktijd de was ook uit de wasmachine of droger haalt, te drogen hangt, opvouwt en opbergt.

Schoonmaakmiddelen

De klant schaft de schoonmaakmiddelen aan. In de klantenmap wordt aangegeven dat zij geen middelen mogen kopen die een gevaar voor hun of jouw gezondheid kunnen opleveren.

Schoonmaakmiddelen

Wees dan ook voorzichtig met de middelen waar de volgende symbolen op staan en probeer deze zoveel mogelijk te vervangen voor andere alternatieven:

Milieugevaarlijk

Giftige stof

Ontvlambaar

Irriterend

Bijtend

Gebruik geen chloor (dikke bleek), chloorhoudende producten of ammoniak houdende producten. Middelen die je wel kunt gebruiken zijn schoonmaakazijn, groene zeep, soda en ecologisch verantwoorde schoonmaakmiddelen.

Sommige middelen bevatten gevaarlijke stoffen, maar zijn, mits goed gebruikt, niet direct schadelijk. Denk hierbij aan allesreiniger, wasmiddel of afwasmiddel. Denk bij het gebruik van deze middelen altijd aan het volgende

  • Bescherm jezelf goed! Draag handschoenen en volg de kledingvoorschriften op.
  • Reinig de huishoudhandschoenen na afronding van jouw werkzaamheden. Dit doe je met desinfecterende zeep of door warm water en zeep te gebruiken.
  • Meng geen schoonmaakmiddelen! Dit kan gevaarlijke situaties opleveren.
  • Lees altijd het etiket van het schoonmaakmiddel en volg de veiligheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen op.
  • Werk je met een sprayflacon? Stel deze dan zo in dat er een straal uit komt, geen nevel. Spray op een werkdoekje in plaats van op het schoon te maken oppervlak.
  • Moet je het schoonmaakmiddel met water verdunnen? Doe het water dan eerst in de emmer en voeg het schoonmaakmiddel daarna pas toe om opspatten te voorkomen.

Wat moet je doen bij een ongeluk met schoonmaakmiddelen?

Wanneer er schoonmaakmiddelen op je huid of in je ogen, mond of neus komen, spoel je deze af met lauw water voor minimaal 15 minuten. Breng je coördinator op de hoogte van het voorval. Mocht je last houden, raadpleeg de huisarts.