Wet- en regelgeving

Termen als Participatiewet, sociaal akkoord, quotumwet en SROI kunnen nog wel eens voor verwarring zorgen. Veelal merken wij dat deze termen namelijk door elkaar heen worden gebruikt. Tóch verschillen ze sterk van elkaar. In dit stuk zullen we uitleggen wat de verschillende termen betekenen, hoe ze tot elkaar in verhouding staan, wat het verschil is en wie onder de “term” valt.

Participatiewet

In Nederland vinden wij het met elkaar belangrijk dat iedereen mee kan doen aan de samenleving en zoveel mogelijk in het eigen onderhoud voorziet. Dat is dan ook de achtergrond van de Participatiewet. Dit is een overkoepelende Nederlandse wet die in juli 2014 door de Eerste kamer is gekomen en is ingegaan op 1 januari 2015. Het uitgangspunt van de participatiewet is dat iedereen naar vermogen deelneemt (participeert) aan de samenleving. Iedereen die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. de doelgroep zat voorheen in de bijstand, in de Wajong, of ze werkte op een sociale werkplaats. De wet voegt drie wetten samen: • Wajong • Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) • Wet Werk en Bijstand (WWB)

De Participatiewet wordt uitgevoerd door de gemeenten. Dát is interessant om te weten aangezien de uitvoering vóór 2015 bij de Rijksoverheid lag in het orgaan UWV. Onderstaand leggen wij kort de wijziging in de wet van bovenstaande drie wetgevingen op. Meer informatie over de doelgroep zelf, dat kun je vinden bij doelgroepen en instrumenten.

Wajong

De Wajong is vanaf 2015 alleen nog maar beschikbaar voor mensen die minder dan 20% arbeidsvermogen hebben. En dat heb je al als je enkele uren per week bepaalde taken kunt verrichten. De mensen die nu in de Wajong zitten behouden hun Wajong-uitkering en de daarbij behorende rechten, maar als ze meer dan 20% arbeidsvermogen hebben krijgen ze vanaf 2015 70% i.p.v. 75% van het minimumloon. Na 2015 moeten mensen met een beperking zich voor inkomensondersteuning wenden tot de gemeente. Daar vallen ze dan onder de Participatiewet.

WSW

De WSW houdt op te bestaan. De mensen die al voor 2015 in de WSW zaten behouden hun rechten. Voor de mensen die op 1 januari op de wachtlijst stonden van de WSW is de gemeente verantwoordelijk. Zij zal deze mensen garantie op beschut werk of werk bij een reguliere werkgever moeten bieden. De mensen met een beperking die na 2015 inkomensondersteuning en begeleiding bij het vinden van werk nodig hebben moeten zich wenden tot de gemeente.

WWB

WWB is nu de Participatiewet. Mensen met een arbeidsbeperking die niet meer in aanmerking komen voor bovenstaande regelingen vallen nu allemaal onder de Participatiewet. De gemeente is verantwoordelijk voor hun inkomen en voor het begeleiden van deze mensen naar werk. Meer lezen hierover kan op de website van het Ministerie van SZW.

Sociaal Akkoord

Wanneer met spreekt over “het” sociale akkoord dan verwijzen zij vaak naar het sociale akkoord van 11 april 2013, ook wel het Mondriaanakkoord genoemd. Om dit goed in perspectief te plaatsen, eerst een korte geschiedenisles. In 2013 verkeerde de Nederlandse economie in zwaar weer. Om uit de recessie te komen hebben werkgevers, vakbonden en de overheid de spreekwoordelijke koppen bij elkaar gestoken en zich teruggetrokken in de Haagse ROC Mondriaan. Het akkoord zet in op brede (her)scholing van werknemers en kansen bieden aan jonge mensen die de arbeidsmarkt nog moeten betreden. Maar er zijn ook maatregelen voor het combineren van arbeid en zorg. Bovendien zijn voor ouderen de scherpe kantjes van enkele maatregelen afgeschaafd. De afspraken in het sociaal akkoord kostte het kabinet ongeveer 600 miljoen euro verdeeld over 63 maatregelen. Het gaat te ver om alle 63 maatregelen hier te noemen. Wel is noodzakelijk om aan te geven dat twee maatregelen van belang zijn in deze toolbox.

1. Geen quotum arbeidsgehandicapten

Werkgevers hebben in het sociaal akkoord beloofd mensen met een beperking aan een baan te helpen, oplopend tot tienduizend mensen per jaar in 2020. Zo komt er een garantie voor in totaal 125.000 banen voor gehandicapten, waarvan 25 duizend bij de overheid. Als werkgevers zich niet aan deze afspraak houden, volgt een eerder quotum van 5% arbeidsgehandicapten. Meer informatie hierover kun je vinden bij banenafspraak.

2. Oprichting 35 werkbedrijven

Nederland wordt opgedeeld 35 in arbeidsmarktregio’s. Per regio wordt een regionaal werkbedrijf opgericht. Dit is een bestuurlijk samenwerkingsverband dat minimaal wordt gevorm door gemeenten, UWV, werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties. Het doel is om samen goede afspraken te maken om zo de regionale arbeidsmarkt van dienst te kunnen zijn. Het uiteindelijke doel is om meer mensen met of zonder een beperking op een passende manier aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers. Elke arbeidsmarkt regio kent ook een werkgeversservicepunt. Een samenwerking van UWV, Gemeente, SW-bedrijven en in sommige gevallen ook SBB onderwijsinstellingen en leerwerkloketten. Hier kunnen werkgevers kosteloos terecht voor onder meer advies en ondersteuning bij bijvoorbeeld de uitvoering van de participatiewet of wet banenafspraak. Complex is dat elke gemeente zelf de voorzieningen kan bepalen voor werkgevers gelinieerd aan kandidaten uit hun “kaartenbak”. Facilicom Group heeft echter een samenwerking met het landelijk aanspreekpunt werkgeversdiensten en het landelijk UWV om zo veel mogelijk uniforme afspraken te maken.

Banenafspraak en Quotum arbeid beperkten

In het sociaal akkoord van 11 april 2013 hebben het kabinet en sociale partners afgesproken dat werkgevers extra banen gaan creëren voor mensen met een arbeidsbeperking (de banenafspraak). In totaal gaat het om 125.000 extra banen die in 2026 gerealiseerd moeten zijn; 100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid.

Wat houdt de quotumwet in?

De quotumwet legt de banenafspraak uit het sociaal akkoord wettelijk vast en regelt hoe het aantal gerealiseerde extra banen wordt gemeten. Als stok achter de deur bevat de quotumwet een uitgewerkte quotumregeling. Dit quotum wordt pas geactiveerd als werkgevers de aantallen banen uit de banenafspraak niet realiseren. Dit gebeurt na overleg met gemeenten en sociale partners. Tijdens de quotumregeling krijgen werkgevers met 25 medewerkers of meer de verplichting om een bepaald percentage mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Indien deze werkgevers daar niet aan voldoen, betalen zij een heffing voor niet vervulde plekken. Het meet moment is in het voorjaar 2020 uitgesteld tot 2022.

Wat zijn de verschillen tussen de banenafspraak en de quotumregeling?

De banenafspraak uit het sociaal akkoord is een macroafspraak. Per sector (markt/overheid) wordt gekeken of het aantal extra banen is gerealiseerd. Alle werkgevers kunnen zorgen voor de extra banen, ook werkgevers met minder dan 25 werknemers. In de quotumregeling gaat het om een (jaarlijks te bepalen) percentage van het totaal aantal verloonde uren bij een werkgever met 25 werknemers of meer. Bij de quotumregeling wordt dus per individuele werkgever gekeken of hij voldoende banen heeft gerealiseerd om aan zijn verplichting te voldoen. Wie vallen er onder de doelgroep voor de banenafspraak en het quotum?

  1. Mensen die onder de Participatiewet vallen en die geen wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen
  2. Mensen met een WSW-indicatie
  3. Wajongers met arbeidsvermogen
  4. Mensen met een WiW-baan of ID-baan

Gemeenten en sociale partners hebben afgesproken dat mensen op de WSW-wachtlijst (groep 2) en Wajongers (groep 3) de eerste jaren prioriteit hebben voor de plaatsing op de banen. Mensen uit de doelgroep tellen mee voor de banenafspraak (en het quotum) op het moment dat werkgevers ze in dienst nemen.

Onder het quotum vallen:

  • Mensen met een Wajong-uitkering of –status;
  • Mensen in de WSW en mensen die op de wachtlijst WSW staan;
  • Mensen in de Participatiewet die zelfstandig niet meer dan het minimumloon kunnen verdienen;
  • Mensen die een arbeidshandicap hebben die voor hun 18e levensjaar is ontstaan en die zonder hulpmiddelen en voorzieningen niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen en met deze hulpmiddelen en voorzieningen wel.

Onder het quotum vallen niet:

  • Mensen in WIA, WAO en alle andere WGA-uitkeringen. Mensen in bovenstaande groepen moeten zich voor hulp bij re-integratie melden bij het UWV.
  • Mensen die een arbeidshandicap hebben die na hun 18e is ontstaan. Mensen in deze groep kunnen zich wenden tot de gemeente maar ze vallen dus niet onder de doelgroep van de quotumwet.

SROI

Als wij het hebben over SROI wordt vaak gerefereerd aan de verplichting van bedrijven om invulling te geven aan de participatiewet. Social return-afspraken hebben als doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en worden als onderdeel bij aanbestedingen verplicht gesteld. De centrale overheid (ministeries, gemeenten, provincies etc.) neemt met ingang van 1 juli 2011 bij inkopen en aanbestedingen ‘social return’ als contractvoorwaarde op. Deze maatregel houdt in dat bij aanbestedingen boven de €250.000 in het contract staat dat er bij de uitvoering van de opdracht ook mensen moeten worden ingezet met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt.

De groepen waar het om gaat zijn:

  • Participatiewetgerechtigden die langer werkloos zijn dan 12 maanden, 50 jaar of ouder zijn en/of die zonder re-integratieondersteuning of andere begeleiding niet zelfstandig aan werk kunnen komen;
  • Werkloosheidswet (WW) gerechtigden, die langer werkloos zijn dan 12 maanden en/of 50 jaar of ouder zijn;
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) gerechtigden;
  • Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) gerechtigden;
  • Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (WAZ) gerechtigden;
  • Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) gerechtigden;
  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) gerechtigden;
  • De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) gerechtigden;
  • Wet sociale werkvoorziening (WSW) geïndiceerden;
  • Leer/werkplekken voor niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden (nuggers);
  • Leer/werkplekken voor vroegtijdig schoolverlaters en jongeren met onvoldoende kwalificaties;
  • Leer/werkplekken in het kader van BOL/BBL-opleidingen, VSO en/of praktijkscholen.

Doelgroepregister

Het doelgroepregister is een landelijk register, waarin alle mensen staan die vallen onder de banenafspraak. Het UWV beheert dit register. Met de gegevens uit het doelgroepregister kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleren of werkgevers de afgesproken banen creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Werkgevers kunnen met het burgerservicenummer zien of de medewerker in het doelgroepregister staat. En dus of diegene meetelt voor de banenafspraak.

De volgende mensen worden opgenomen in het doelgroepregister en vallen onder de banenafspraak:

  • Mensen die onder de Participatiewet vallen, van wie wij vaststellen dat zij niet zelfstandig 100% van het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.
  • Schoolverlaters van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro)die zich hebben aangemeld bij UWV.
  • Mensen met een WSW-indicatie (Wet Sociale Werkvoorziening).
  • Mensen met oude Wajong of Wajong 2010 die kunnen werken.
  • Mensen met een WIW-baan (voormalige Wet inschakeling werkzoekenden) of een ID-baan (voormalig Besluit in- en doorstroombanen).
  • Mensen die via de Praktijkroute in het doelgroepregister instromen.
  • Mensen met een ziekte of handicap die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die alleen het wettelijk minimumloon kunnen verdienen met een werkvoorziening (bijvoorbeeld een vervoersvoorziening of een brailletoetsenbord).

Subsidie

Gemeenten worden steeds meer verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatiewet. Zij krijgen een budget om ondernemers verschillende subsidies te verstrekken, zodat het aantrekkelijker wordt een arbeidsbeperkten in dienst te nemen. Daarnaast wordt elk jaar ruim 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de begeleiding van arbeidsgehandicapten naar een baan. Met dit geld kan bijvoorbeeld training worden gegeven en kunnen werkgevers advies krijgen. Meer informatie over dit soort regelingen kun je vinden onder 'doelgroepen en instrumenten'.